Lezing ter gelegenheid van de opening van het seizoen 07-08 van de Katholieke Bond voor Ouderen in Lettele en afscheid als stagiaire in Oost Deventer als onderdeel van de parochie Zuid West Salland.
Deventer 5 september 2007
In Gods Naam Doen,
Goedemiddag dames en heren, het is een eer en tegelijk een opgaaf om hier vanmiddag te mogen spreken, want waar heb ik het over en waarom. Daarnaast hoe lang moet het duren en hoe lang kan ik uw aandacht vasthouden, is het wel interessant genoeg. Niet onbelangrijk is het dat ik voor het eerst een lezing mag houden. In eerste instantie was ik van plan om een echt onderwerp bij de kop te pakken en deze helemaal voor u uit te smeren tot een dik belegde boterham, die op het eind niet te verteren is en waarvan u zich na afloop afvraagt wat werd er eigenlijk gezegd. Toen begon ik te zweten en duwde het werken aan deze spreekbeurt maar naar voren. Totdat ik dacht het is ook een afscheid en slot van mijn stageperiode in Lettele, dus ik geef u vandaag een inzicht in wat ik heb gedaan en waarom.
Maar voor ik begin wil ik met u dit gebed uit spreken
Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,
Laat uw koninkrijk komen
En uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
Zoals ook wij hebben vergeven die ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
Maar red ons uit de greep van het kwaad.
Het onze vader zet ons telkens opnieuw op de weg van het werken aan gerechtigheid, barmhartigheid en verzoening. Daarmee wordt het Rijk van God werkelijkheid in onze wereld. Tot deze dienst is de Kerk geroepen. Tot deze dienst wordt elke christen geroepen.
Om hierover een verdieping aan te brengen zal ik de Sociale Encycliek van de Katholieke Kerk aanhalen, een onbekend en zeer belangrijk document en pas ook weer herschreven door onze vorige Paus en het document over diaconie In Gods Naam Doen. Mag ik vragen wie ooit de Sociale Encycliek Rerum Novarum of het vervolg Centesimus Annus heeft gelezen of erover heeft gehoord. U zult verbaasd staan over de inhoudt van beiden, maar om daarover te beginnen duurt te lang ik zal wat stukjes aanhalen. Ook zal ik de WMO als uitdaging laten zien en dat uw verleden nodig is om de mensen de buren, weer te leren kennen. U kent elkaar, ik heb begrepen in de gesprekken bij de introductie van het verhaal van je leven; soms al een leven lang. Wanneer je elkaar zo kent bestaat de neiging ook meer om elkaar in moeilijke tijden te helpen en te ondersteunen. Nu kan ik u een stuk vertellen uit de grote stad, ik woon rond de 20 jaar in Colmschate op het Oostrik. Een druk bevolkte wijk, veel doorstroom. Afgelopen zaterdagavond hadden wij een straat barbecue, voor het eerst dacht ik, ik ga er maar een keer heen. Ik ben niet zo gek van barbecuen en ook nog al die mensen erbij. Ik zag er echt tegen op. Het gekke is dat ik een aantal van deze mensen dus niet kende, ook al woon ik daar al 20 jaar, zij kenden mij ook niet. Toch bleken er gemeenschappelijke kennissen te zijn, Er was nieuwsgierigheid naar elkaar en er was zelfs toenadering tot elkaar. Zodanig dat het feest erg lang duurde, er veel gezelligheid was, kinderen speelden met elkaar. Wij hebben zelfs de hoeveelheid scheidingen doorgenomen, en weet u: daar schrok ik van. Ik schrok van de hoeveelheid scheidingen, gemiddeld zo een 1 op 2 gezinnen was samengesteld en het gemak zoals men erover sprak, alsof een huwelijk niets meer voorstelt, alsof het een tijdelijk gebeuren is. En zo kom ik nu bij mijn opleiding en afscheid, want ik ben hier in december 2006 geïntroduceerd door pastor Brummelhuis, als leerling en stagiaire diaken. Ik ben afgelopen juni aangesteld als acoliet
voor het bisdom en nu ben ik afgelopen zaterdag begonnen met het laatste jaar van de opleiding die ik volgend jaar juli hoop af te sluiten. Dan volgt, wanneer de belanghebbenden dat goed vinden de wijding ongeveer in oktober 2008. Maar wat heb ik hier nu in die stageperiode in Lettele gedaan, om daar mee te beginnen wil ik u eerst mijn beweegredenen voor het diaconaat vertellen; ik kan daar kort over zijn, ik voel en zie veel onrecht in de maatschappij, ik zie eenzaamheid, ik zie mensen zonder houvast, ik zie mensen die zoeken en verdwalen. Daarnaast zie en voel ik een waarheid, een waarheid die verder gaat dan; het is zo. Het is het verlossingswerk van Jezus Christus, dat er uiteraard op gericht is de mensen te verlossen, dit omvat tegelijk het werk aan de tijdelijke orde. De zending van de Kerk is dus niet allen om mensen de boodschap van Jezus Christus en zijn genade te brengen, maar ook om de tijdelijke orde met evangelische gezindheid te bezielen en aan haar vooruitgang te helpen. Aldus het Vaticaans Concilie. Anders gezegd en wellicht wat kort door de bocht en daarom zeer duidelijk “Als de Kerk niet dient, dan dient deze tot niets”. Jezus, ging voor in het diaconale, het grote voorbeeld, Hij heeft het voorbeeld gegeven, ook vandaag in het evangelie. Wanneer ik onder andere deze teksten hoor, dan voel ik mij geroepen. Ik kan niet onbewogen blijven bij de aanblik van een medemens, die er ellendig aan toe is of ten gronde gaat aan zichzelf. Er gebeurt iets in mij waardoor de onverschilligheid wordt doorbroken. De ander verontrust mij. Nog voor ik het heb gewild, ben ik reeds geraakt, vloeien er tranen, dan heb ik de roep al gehoord. Of zoals Levinas, dat is een Joodse wijsgeer, dat zegt;”als de onmogelijke onverschilligheid;de onmogelijke onverschilligheid jegens de ellende en de misstappen van de naaste”. Dit zijn mijn drijfveren, maar wat heb ik nu het afgelopen half jaar gedaan in onder andere Lettele, ik heb hier pastores mogen assisteren, ik heb een paar keer de overweging mogen doen, ik heb nu drie keer een KBO middag bezocht en er ligt een verzoek en aanbod om het Verhaal van je Leven te doen. En ik ben bij de PCI, dat is de parochiële caritas instelling, geweest. Ik heb geprobeerd om bijvoorbeeld de Caritas en de KBO van het belang van de WMO ( wet maatschappelijke ondersteuning) te laten zien. Dat het niet alleen een nieuwe bezuinigingsmaatregel is maar tegelijk ook een uitdaging. De uitdaging zit ‘m erin dat wij weer meer met elkaar moeten doen. Ik schetste in het begin mijn verhaal en de straatbarbecue, hoe kom ik er in Gods Naam achter hoe het met de buren van drie huizen verderop gaat, of zij in scheiding liggen, of er iemand doodziek is, of mishandeld wordt, etc. Het is in onze maatschappij, die wij hebben gemaakt die vervallen is tot een individualistische maatschappij, waarin naastenzorg of burenplicht vervallen is tot een zeldzaamheid. Ik vind dat de Kerk daarin een plicht heeft, de Kerk heeft de plicht om Christus te navolgen en vandaar uit de sociale leer heeft na te leven. In deze sociale leer, die teruggaat op het Rerum Novarum uit 1891 onder het pontificaat geschreven door en van Paus Leo XIII en door Paus Johannes Paulus II is herschreven, beantwoordt de Kerk vragen op sociaal, economisch gebied. Dat denken, gebaseerd op waarden als naastenliefde en rechtvaardigheid komt nu weer naar boven, is zogezegd weer actueel, let wel de eerste sociale encycliek was in 1890 ook al actueel. Het verlorene wordt teruggezocht. Bijvoorbeeld; in de Katholieke Sociale Leer staat de idee van eerbied voor menselijke waarden centraal. Die waardigheid moet gerespecteerd worden, omdat ieder mens geschapen is naar het evenbeeld van God. Mensen moeten hun talenten in vrijheid kunnen gebruiken en ontwikkelen ten goede. Dat houdt echter voor een ieder ook een verantwoordelijkheid in namelijk de vrijheid voor anderen te garanderen. Een ander centraal beginsel is dat de mens leeft in een gemeenschap. Dit geldt bijvoorbeeld voor het gezinsleven, maar ook voor de mens als werknemer, lid zijn van een wereldgemeenschap maar ook dichter bij huis, van je wijk, dorp. Hierbij dragen wij en onder andere u, de leden van de KBO verantwoordelijkheid voor het welzijn van de medemens. Wij respecteren zijn vrijheid en integriteit en leggen verantwoordelijkheid aan hem af. Bij het vormgeven van een rechtvaardige, goede samenleving kent de Kerk daarom een voorname rol toe aan de burgers en maatschappelijke organisaties zoals de KBO’s. Hier ligt dus een grote uitdaging voor de Kerk, en wie is de Kerk, dat zijn wij, en dus ook u. Uit deze centrale ideeën volgen de principes van solidariteit, rechtvaardigheid en rentmeesterschap. Hoewel de Sociale Leer geen politieke stellingname is, vormt ze een goede leidraad voor het maken van keuzes in sociaal-economische kwesties, waaronder de WMO. Ik noem drie voorbeelden
1) Wie zich laat leiden door solidariteit vertaalt die bijvoorbeeld in een sociale houding, waarin hij de noden van de naasten inziet en zich erom bekommert. Dit versterkt de sociale samenhang tussen mensen en volkeren in het groot denken, in het klein denken wijkaanpak, zorg voor elkaar, signaleren van problemen en buren, familie etc. inschakelen. Inzet voor de geestelijke of financiële armoedebestrijding, caritas, of dak en thuislozen enzovoort.
2) Rechtvaardigheid vertaalt zich in een houding waarin we ons eigen materieel bezit en belang niet boven alles stellen. Wij gunnen de ander ook zijn deel. Zoiets kan zich vertalen in evenredige verdeling van gelden. Hier komt de WMO weer om de hoek kijken, ieder heeft recht op hulp die hij nodig heeft, maar daar is sociale controle voor nodig, plus wat ik in mijn overweging van vanmiddag vertelde, het minder egoïstisch denken en leven.
3) Bij rentmeesterschap gaat het om eerbied voor de schepping en daarmee om een duurzaam beheer van onze natuurlijke rijkdommen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de gemeenschap ernst moet maken met het afspreken van normen voor goede sociale werkomstandigheden en dat grotere winsten voor een steeds kleinere groep niet meer kunnen. Daarnaast zijn er steeds meer gezinnen die niet meer rond kunnen komen, hoe kunnen wij deze helpen, niet voedselbanken alleen maar ook bijstand in de vorm van bezoek of andere hulpvormen zoals microkrediet.
Even terzijde over de sociale encycliek en een bewogen pastoor is een film gemaakt, het gaat over Pastoor Daens een Belgische priester eind 1800 die in conflict komt met de kerk, staat en gegoede samenleving omdat hij het opneemt tegen de heersende kliek. Het geeft ook een mooi beeld van die tijd en hoe machtig de plaatselijke pastores waren in die tijd.
U hoort dat de WMO, gezien vanuit de Sociale Leer, een uitdaging is voor deze maatschappij. Wanneer wij op elkaar letten en dan bedoel ik niet ohoo wat doet die dat wil ik ook en roddel en achterklap, maar ik bedoel positieve sociale controle, en elkaar ook echt zien dan kan men ook een beroep doen op elkaar. De normen en waarden die u vroeger kenden, wellicht wat aangepast aan deze nieuwe tijden daarvan kunnen de jongeren nog heel veel leren. Ik kom dan nu ook weer terug bij mijzelf want hier ligt de sleutel tot mijn wil en roeping om diaken te zijn. Hoe men onverschillig kan zijn bij flits-scheidingen, het hele dagen werken, en de kinderen hele dagen naar de crèche. Zich in de schulden steken om op vakantie te kunnen of om die mooie auto te kunnen kopen. Door te druk met jezelf bezig te zijn verlies je het contact met elkaar en verlies je de interesse in elkaar en misschien erger nog dat men het contact met zichzelf verliezen. Ik heb het afgelopen jaar u hiervan laten meehoren in mijn verkondigingen.
Ik ben afgelopen jaar bij de voedselbank geweest, heb twee meisjes van 18 jaar ontmoet, alle twee al twee kinderen van twee verschillende vaders en geen geld vanwege torenhoge schulden. Ouders die hun niet meer willen kennen, zij stonden resten van suikerspek te eten alsof ze verhongerd waren. Zij aten het daar al op, want anders moest hun kind het hebben nu zag zij dat niet en kon zij het eten. Ik heb met open mond en verbijsterd naar hun verhaal geluisterd en u mag weten met tranen in mijn ogen. Twee mooie jonge vrouwen getekend voor het leven, met kinderen die niet weten wat een gezin is op het belangrijkste moment in hun leven namelijk hun jeugd. Dit heeft mij wel aan het dagdromen gezet, hoe dit te kunnen ondervangen. Tegelijk is het schrijnend om te bedenken dat in een welvaartsland dit kan en moet.
Paus Leo schrijft in een beroep doelend op de staat om overeenkomstig de rechtvaardigheid verbetering te brengen in de toestand van de armen, dan doet hij dat ook omdat hij terecht erkent dat de staat de taak heeft om te waken over het algemeen welzijn en om ervoor te zorgen dat iedere sector van het maatschappelijk leven bijdraagt tot bevordering ervan. (zin herhalen)Dat moet echter niet tot de gedachte leiden dat voor Paus Leo iedere oplossing van het sociale vraagstuk van de staat moet komen.
En hier komen wij met u als hulp, die de normen en waarden als burenplicht/ hulp, zorg voor de ander, van vroeger kennen. U bent namelijk de ervaringsdeskundige.
Mijn bezoek aan u was niet zomaar, ik had een leerdoel en dat was ouderen, hoe gaan ouderen om met geloof. Is er een pastor of pater die zich om hen bekommert of op een KBO middag komt. Ik hoorde van een enkeling dat zij het fijn vonden dat er weer eens iemand van de kerk kwam, men benoemde mij gelijk als de diaken op de brommer of pastor, niet om te preken maar om er te zijn. Wij noemen dat presentiepastoraat, of zoals Ronald Dashorst dat noemde de krenten in de pap, ik heb begrepen wat dat is, Ronald was jaloers want hij kwam hier niet aan toe. Ik heb op de middagen genoten van het gesprek, van de dia’s, van u. Ik heb mij welkom gevoeld, u was open ik voelde mij vrij om vragen te stellen. Ik herinner mij de middag over het verhaal van je leven, ik vond het bij tijd en wijle gênant om te vragen naar zaken, want ik was die vreemdeling.
Het mag gezegd worden dat u bijdraagt aan de herontdekking van de burenzorg door uw aanwezigheid en dat u dat uw kinderen in meer of mindere wijze hebt doorgegeven. Wij hebben u nodig, u bent de ervaringsdeskundige. Een oudere vriend van mij zei, na dat ik had geklaagd over mijn kinderen; houdt moed wat je er als goede in stopt komt er ook weer als goede uit. Hier troosten wij ons mee. Hopende dat onze kinderen het weer aan hun kinderen doorgeven. Dan volgen wij Christus na in het evangelie en zijn wij allemaal diaconaal bezig, zoals Paus Leo XIII dit bedoelde in zijn strijd tegen de armoede en verloedering.
Ik dank u voor uw aandacht en uw vertrouwen in het afgelopen half jaar.
Dank u wel.