wijding

Diaken zoekt graag de ‘verloren schapen’ op

door Gerard Potijk. maandag 08 december 2008 | 05:58 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 09 december 2008 | 06:56

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Nederigheid en onderwerping worden verbeeld door de uitgestrekte houding op de grond van diaken Fokko de Graaf. De wijding gebeurt door Mgr. Eijk, aartsbisschop van Utrecht. foto Ronald Hissink

Nederigheid en onderwerping worden verbeeld door de uitgestrekte houding op de grond van diaken Fokko de Graaf. De wijding gebeurt door Mgr. Eijk, aartsbisschop van Utrecht. foto Ronald Hissink

Na afloop van de plechtige dienst in de Broederenkerk, met als hoogtepunt de wijding, was het feest in de kerk. Met een gelukzalige glimlach nam de kersverse diaken veel gelukwensen in ontvangst.

Hoe bijzonder het is, een diakenwijding in een tijd dat het priestertekort nog groeit, blijkt uit het aantal wijdingen in de afgelopen jaren: in de Lebuïnusparochie is Fokko de Graaf de derde in een periode van twaalf jaar.

Het kan raar lopen in een mensenleven, vertelt De Graaf in zijn woning aan de Batenburg, daags voordat de wijding plaats vindt. Opgegroeid in een ongelovig gezin werd hij pas in 2002 katholiek gedoopt. En nu, op zijn 49ste is hij tot diaken gewijd.

,,Ik voel me geroepen om het geloof naar de mensen te brengen”, is zijn verklaring voor deze, toch wel bijzondere stap. Zo moet De Graaf – getrouwd en vader van twee zonen – onder meer beloven dat hij niet opnieuw zal trouwen, mocht zijn huidige echtgenote komen te overlijden. Dat geeft aan hoezeer hij als diaken zijn leven in dienst wil stellen van de kerk.

Toch houdt De Graaf zijn 32-urige baan in de gezondheidszorg ook aan. ,,Ik treed niet in dienst van de kerk of het bisdom, maar biedt vrijwillig mijn diensten aan. Ik krijg er ook niet voor betaald. Het is de bedoeling dat ik tien uur als diaken bezig ben in het parochieverband Zuidwest-Salland. Ik zal me vooral bezighouden met het jongerenpastoraat in Wijhe en het buurtpastoraat in Colmschate.”

De Graaf, geboren in Velp, kwam door zijn omgang met Magrit, zijn huidige echtgenote, in aanraking met de katholieke kerk. ,,We gingen naar de kerk in Joppe en het raakte me. Vooral de krachtige preken van pastor H. van ‘t End hebben veel indruk gemaakt.”

Het zou nog tot 2002 duren voordat De Graaf er aan toe was om zich te laten dopen. Ook al waren de twee zoons, die uit het huwelijk met Magrit werden geboren al wel gedoopt.

Zijn besluit om nóg een stap verder te gaan en ook een taak te vervullen in de kerk had te maken met zijn drang om iets voor de gemeenschap te betekenen. ,,Ik kan niet tegen onrecht en misstanden. Dat is misschien de onderliggende, sterkste drijfveer om dit te doen. Als diaken kan ik mensen met de kerk en het geloof in contact brengen. Om het mooi uit te drukken: de afgedwaalde schapen terugleiden naar de kudde.”

Een taakopvatting die volgens De Graaf past bij het werk van een diaken die vooral ‘in het veld’ bezig is. ,,Toen ik me geroepen voelde om me voor het geloof in te zetten, ben ik begonnen aan een studie aan de Katholieke Universiteit voor pastoraal werker. Maar dat paste toch niet bij mij. Dat is erg theologisch en ik vond er niet de spiritualiteit die ik zocht. De combinatie van die studie met werk en kinderen was ook te zwaar. Ik kon het niet opbrengen om dat af te maken. Daarna heb ik besloten om voor diaken te studeren en toen viel het kwartje wel. Een diaken is voornamelijk bezig in het gebied waar kerk en samenleving samenkomen. Dat is wat mij trekt. Daar komen geen theologische hoogstandjes aan te pas. En ik hoef me ook niet zozeer bezighouden met het reilen en zeilen van een parochie en het organiseren van vieringen. Dat is meer voor de priester en pastoraal werker. Ik ben vooral in het veld bezig, onder meer met jongeren. Dat spreekt me het meest aan.”

DEVENTER; – Monseigneur Eijk, aartsbisschop van Utrecht, was er speciaal voor naar Deventer gereisd want een diakenwijding is een taak van de bisschop. En de wijding vindt – normaal gesproken – plaats in de parochie waar de ‘geroepene’ te kerke gaat – in dit geval de Lebuïnusparochie.

december 14, 2008
By on 18:32
wijding

Diaken zoekt graag de ‘verloren schapen’ op

door Gerard Potijk. maandag 08 december 2008 | 05:58 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 09 december 2008 | 06:56

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Nederigheid en onderwerping worden verbeeld door de uitgestrekte houding op de grond van diaken Fokko de Graaf. De wijding gebeurt door Mgr. Eijk, aartsbisschop van Utrecht. foto Ronald Hissink

Nederigheid en onderwerping worden verbeeld door de uitgestrekte houding op de grond van diaken Fokko de Graaf. De wijding gebeurt door Mgr. Eijk, aartsbisschop van Utrecht. foto Ronald Hissink

Na afloop van de plechtige dienst in de Broederenkerk, met als hoogtepunt de wijding, was het feest in de kerk. Met een gelukzalige glimlach nam de kersverse diaken veel gelukwensen in ontvangst.

Hoe bijzonder het is, een diakenwijding in een tijd dat het priestertekort nog groeit, blijkt uit het aantal wijdingen in de afgelopen jaren: in de Lebuïnusparochie is Fokko de Graaf de derde in een periode van twaalf jaar.

Het kan raar lopen in een mensenleven, vertelt De Graaf in zijn woning aan de Batenburg, daags voordat de wijding plaats vindt. Opgegroeid in een ongelovig gezin werd hij pas in 2002 katholiek gedoopt. En nu, op zijn 49ste is hij tot diaken gewijd.

,,Ik voel me geroepen om het geloof naar de mensen te brengen”, is zijn verklaring voor deze, toch wel bijzondere stap. Zo moet De Graaf – getrouwd en vader van twee zonen – onder meer beloven dat hij niet opnieuw zal trouwen, mocht zijn huidige echtgenote komen te overlijden. Dat geeft aan hoezeer hij als diaken zijn leven in dienst wil stellen van de kerk.

Toch houdt De Graaf zijn 32-urige baan in de gezondheidszorg ook aan. ,,Ik treed niet in dienst van de kerk of het bisdom, maar biedt vrijwillig mijn diensten aan. Ik krijg er ook niet voor betaald. Het is de bedoeling dat ik tien uur als diaken bezig ben in het parochieverband Zuidwest-Salland. Ik zal me vooral bezighouden met het jongerenpastoraat in Wijhe en het buurtpastoraat in Colmschate.”

De Graaf, geboren in Velp, kwam door zijn omgang met Magrit, zijn huidige echtgenote, in aanraking met de katholieke kerk. ,,We gingen naar de kerk in Joppe en het raakte me. Vooral de krachtige preken van pastor H. van ‘t End hebben veel indruk gemaakt.”

Het zou nog tot 2002 duren voordat De Graaf er aan toe was om zich te laten dopen. Ook al waren de twee zoons, die uit het huwelijk met Magrit werden geboren al wel gedoopt.

Zijn besluit om nóg een stap verder te gaan en ook een taak te vervullen in de kerk had te maken met zijn drang om iets voor de gemeenschap te betekenen. ,,Ik kan niet tegen onrecht en misstanden. Dat is misschien de onderliggende, sterkste drijfveer om dit te doen. Als diaken kan ik mensen met de kerk en het geloof in contact brengen. Om het mooi uit te drukken: de afgedwaalde schapen terugleiden naar de kudde.”

Een taakopvatting die volgens De Graaf past bij het werk van een diaken die vooral ‘in het veld’ bezig is. ,,Toen ik me geroepen voelde om me voor het geloof in te zetten, ben ik begonnen aan een studie aan de Katholieke Universiteit voor pastoraal werker. Maar dat paste toch niet bij mij. Dat is erg theologisch en ik vond er niet de spiritualiteit die ik zocht. De combinatie van die studie met werk en kinderen was ook te zwaar. Ik kon het niet opbrengen om dat af te maken. Daarna heb ik besloten om voor diaken te studeren en toen viel het kwartje wel. Een diaken is voornamelijk bezig in het gebied waar kerk en samenleving samenkomen. Dat is wat mij trekt. Daar komen geen theologische hoogstandjes aan te pas. En ik hoef me ook niet zozeer bezighouden met het reilen en zeilen van een parochie en het organiseren van vieringen. Dat is meer voor de priester en pastoraal werker. Ik ben vooral in het veld bezig, onder meer met jongeren. Dat spreekt me het meest aan.”

DEVENTER; – Monseigneur Eijk, aartsbisschop van Utrecht, was er speciaal voor naar Deventer gereisd want een diakenwijding is een taak van de bisschop. En de wijding vindt – normaal gesproken – plaats in de parochie waar de ‘geroepene’ te kerke gaat – in dit geval de Lebuïnusparochie.


By on 18:28
bericht in het parochieblad

Ruimte maken voor God en de ander

Fokko de Graaf ziet uit naar zijn diakenwijding

Het lag niet bepaald voor de hand dat Fokko (Velp, 1959) ooit een functie binnen de katholieke kerk zou uitoefenen. Hij groeide op in een niet-gelovig gezin. Fokko’s belangstelling voor geschiedenis zorgde er bovendien voor dat hij kennismaakte met negatieve kanten van het instituut, zoals de rol van de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De kennismaking met Magrit, zijn huidige echtgenote, bracht daar als eerste verandering in. Magrit kwam uit een katholieke familie, en Fokko kreeg in die tijd voor het eerst een katholieke kerk van binnen te zien. Toen ze later gingen samenwonen in Joppe gingen ze daar ook samen ter kerke: ‘Daar werd ik voor het eerst echt geraakt. De pastoor daar, die had mooie preken en stond met beide benen op de grond.’, aldus Fokko.

‘Nu jij nog, pap!’

Later, in Deventer, kregen Magrit en Fokko twee zonen: Jeroen en Bram. Moesten ze hen laten dopen? Ze spraken er veel over, onder anderen met pastor Peter Dullaert en besloten dat uiteindelijk niet meteen te doen. Jeroen en Bram moesten zich daar later maar zelf over uitspreken. En dat deden ze: beide jongens lieten zich voor hun tiende dopen, waarna Bram de gevleugelde woorden sprak: ‘Nu jij nog, pap!’ En zo geschiede: na een jaar van intensieve voorbereiding liet Fokko zich in de paasnacht van 2002 in de Broederenkerk dopen. En warempel, Fokko gaat zich van lieverlee thuisvoelen in de katholieke kerk. ‘Al je zintuigen worden geprikkeld: je voltrekt rituelen, je ziet de beelden en schilderijen en ruikt de wierook. Dat biedt mij veel warmte.’

De volgende stap, een theologiestudie, breekt hij na twee jaar af. ‘Het raakte me niet, het was allemaal feitenkennis uit boeken. Ik miste de spiritualiteit en de sociale betrokkenheid bij de maatschappij.’ Pastor Dullaert oppert dan om de diakenopleiding te volgen en dat blijkt een schot in de roos. Tijdens deze opleiding maakt hij ook kennis met de sociale keer van de kerk en dat is een openbaring voor hem. Het brengt zijn beeld van het instituut meer in balans.

Het diakonaat

De term diaken komt van het Griekse woord diakonos (διακονος), dat dienaar betekent. In Handelingen 6 lezen we dat, toen het aantal leerlingen van Jezus behoorlijk begon toe te nemen, de apostelen tot een zekere taakverdeling wilden komen. Ze zeiden tegen de leerlingen: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekend staan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.‘ En zo was de instelling van het diakenambt een feit.

Keukenhulpjes

Nu lijkt uit bovenstaand citaat misschien alsof de diakens zich bezighielden met het bereiden van de maaltijden. Maar nee, ze waren geen keukenhulpjes van de apostelen. Die maaltijden waren bedoeld voor een aantal weduwen, die ‘bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.’ Kortom, het ging om praktische ondersteuning van een groep mensen in de marge. En daar hebben de apostelen oog voor, zoals het eerste christenen betaamt.

In de latere praktijk binnen de katholieke kerk is het diaconaat niet uitsluitend gericht op de armenzorg, maar heeft o.a. ook betrekking op catechese, zielzorg en de verkondiging van het Evangelie.

In Handelingen 6 waren het Stefanus, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs die door handoplegging door de apostelen tot diaken werden gewijd. Dat gebeurde in Jeruzalem, ergens in de eerste eeuw van onze jaartelling.

Op 6 december 2008 zal Fokko de Graaf zijn naam toevoegen aan dit illustere gezelschap. Mgr. Eijk, aartsbisschop van Utrecht, zal hem dan de handen opleggen in de Broederenkerk te Deventer. Daarmee wordt Fokko ‘permanent diaken van het aartsbisdom Utrecht en het parochieverband Zuid West Salland’.

Jezus present stellen

Tijdens een stage in een verpleeghuis leerde Fokko iets dat hem aanvankelijk niet gemakkelijk afging, maar wat wel de kern zal vormen van zijn visie op het diakonaat: jezelf opzij zetten, en ruimte maken voor God en voor de ander. Werkelijk luisteren naar wat de ander te vertellen heeft. ‘Ik ben er dan als middelaar, ik probeer Jezus present te stellen. Een diaken is er om iets voor een ander te doen.’

Fokko is de afgelopen jaren al actief al vrijwilliger in de parochie: hij zingt in het koor, is acoliet, lector en bereidt samen met zijn vrouw Magrit aanstaande echtparen voor op het huwelijk. Behalve dat het diakenschap andere taken met zich meebrengt, verandert met de wijding ook zijn perspectief: ‘Ik zit er dan niet meer op persoonlijke titel, als gewijde dienaar ben ik nog veel meer verbonden met de kerk. Als diaken ben ik een man op de rand van kerk en samenleving. In mijn verkondiging – in woord en daad – zullen de werken van barmhartigheid en de sociale leer van de Katholieke Kerk naar voren komen.’

In de praktijk van alledag zal Fokko zich binnen ons parochieverband voornamelijk gaan bezighouden met jongerenpastoraat en buurtpastoraat. De komende tijd zal duidelijk worden waar dit zich precies gaat afspelen. Hij zal zijn diakonale werk overigens onbezoldigd doen, naast zijn baan als groepsleider op de Hanzeborg in Eefde, een centrum voor dienstverlening aan o.a. mensen met onbegrepen gedrag en een lichte verstandelijke beperking.

Jezus zelf probeerde ook diakonos, dienaar van mensen te zijn. Zoals Oosterhuis zo prachtig verwoord: ‘In Hem zou, voorgoed, aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat: weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.’ In die zin is een diaken een navolger van Christus van de eerste orde. De wereld van vandaag heeft mensen als Fokko heel hard nodig. Laat daarom Gods zegen op zijn werk rusten.

december 1, 2008
By on 22:18
Rome reis

In november jl zijn wij met de diakenopleiding en staf naar Rome geweest. Het werd een bijzonder mooie bedevaart. Zie verder de foto’s.


By on 22:09
artikel in parochieblad

Ruimte maken voor God en de ander

Fokko de Graaf ziet uit naar zijn diakenwijding

Het lag niet bepaald voor de hand dat Fokko (Velp, 1959) ooit een functie binnen de katholieke kerk zou uitoefenen. Hij groeide op in een niet-gelovig gezin. Fokko’s belangstelling voor geschiedenis zorgde er bovendien voor dat hij kennismaakte met negatieve kanten van het instituut, zoals de rol van de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De kennismaking met Magrit, zijn huidige echtgenote, bracht daar als eerste verandering in. Magrit kwam uit een katholieke familie, en Fokko kreeg in die tijd voor het eerst een katholieke kerk van binnen te zien. Toen ze later gingen samenwonen in Joppe gingen ze daar ook samen ter kerke: ‘Daar werd ik voor het eerst echt geraakt. De pastoor daar, die had mooie preken en stond met beide benen op de grond.’, aldus Fokko.

‘Nu jij nog, pap!’

Later, in Deventer, kregen Magrit en Fokko twee zonen: Jeroen en Bram. Moesten ze hen laten dopen? Ze spraken er veel over, onder anderen met pastor Peter Dullaert en besloten dat uiteindelijk niet meteen te doen. Jeroen en Bram moesten zich daar later maar zelf over uitspreken. En dat deden ze: beide jongens lieten zich voor hun tiende dopen, waarna Bram de gevleugelde woorden sprak: ‘Nu jij nog, pap!’ En zo geschiede: na een jaar van intensieve voorbereiding liet Fokko zich in de paasnacht van 2002 in de Broederenkerk dopen. En warempel, Fokko gaat zich van lieverlee thuisvoelen in de katholieke kerk. ‘Al je zintuigen worden geprikkeld: je voltrekt rituelen, je ziet de beelden en schilderijen en ruikt de wierook. Dat biedt mij veel warmte.’

De volgende stap, een theologiestudie, breekt hij na twee jaar af. ‘Het raakte me niet, het was allemaal feitenkennis uit boeken. Ik miste de spiritualiteit en de sociale betrokkenheid bij de maatschappij.’ Pastor Dullaert oppert dan om de diakenopleiding te volgen en dat blijkt een schot in de roos. Tijdens deze opleiding maakt hij ook kennis met de sociale keer van de kerk en dat is een openbaring voor hem. Het brengt zijn beeld van het instituut meer in balans.

Het diakonaat

De term diaken komt van het Griekse woord diakonos (διακονος), dat dienaar betekent. In Handelingen 6 lezen we dat, toen het aantal leerlingen van Jezus behoorlijk begon toe te nemen, de apostelen tot een zekere taakverdeling wilden komen. Ze zeiden tegen de leerlingen: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekend staan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.‘ En zo was de instelling van het diakenambt een feit.

Keukenhulpjes

Nu lijkt uit bovenstaand citaat misschien alsof de diakens zich bezighielden met het bereiden van de maaltijden. Maar nee, ze waren geen keukenhulpjes van de apostelen. Die maaltijden waren bedoeld voor een aantal weduwen, die ‘bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.’ Kortom, het ging om praktische ondersteuning van een groep mensen in de marge. En daar hebben de apostelen oog voor, zoals het eerste christenen betaamt.

In de latere praktijk binnen de katholieke kerk is het diaconaat niet uitsluitend gericht op de armenzorg, maar heeft o.a. ook betrekking op catechese, zielzorg en de verkondiging van het Evangelie.

In Handelingen 6 waren het Stefanus, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs die door handoplegging door de apostelen tot diaken werden gewijd. Dat gebeurde in Jeruzalem, ergens in de eerste eeuw van onze jaartelling.

Op 6 december 2008 zal Fokko de Graaf zijn naam toevoegen aan dit illustere gezelschap. Mgr. Eijk, aartsbisschop van Utrecht, zal hem dan de handen opleggen in de Broederenkerk te Deventer. Daarmee wordt Fokko ‘permanent diaken van het aartsbisdom Utrecht en het parochieverband Zuid West Salland’.

Jezus present stellen

Tijdens een stage in een verpleeghuis leerde Fokko iets dat hem aanvankelijk niet gemakkelijk afging, maar wat wel de kern zal vormen van zijn visie op het diakonaat: jezelf opzij zetten, en ruimte maken voor God en voor de ander. Werkelijk luisteren naar wat de ander te vertellen heeft. ‘Ik ben er dan als middelaar, ik probeer Jezus present te stellen. Een diaken is er om iets voor een ander te doen.’

Fokko is de afgelopen jaren al actief al vrijwilliger in de parochie: hij zingt in het koor, is acoliet, lector en bereidt samen met zijn vrouw Magrit aanstaande echtparen voor op het huwelijk. Behalve dat het diakenschap andere taken met zich meebrengt, verandert met de wijding ook zijn perspectief: ‘Ik zit er dan niet meer op persoonlijke titel, als gewijde dienaar ben ik nog veel meer verbonden met de kerk. Als diaken ben ik een man op de rand van kerk en samenleving. In mijn verkondiging – in woord en daad – zullen de werken van barmhartigheid en de sociale leer van de Katholieke Kerk naar voren komen.’

In de praktijk van alledag zal Fokko zich binnen ons parochieverband voornamelijk gaan bezighouden met jongerenpastoraat en buurtpastoraat. De komende tijd zal duidelijk worden waar dit zich precies gaat afspelen. Hij zal zijn diakonale werk overigens onbezoldigd doen, naast zijn baan als groepsleider op de Hanzeborg in Eefde, een centrum voor dienstverlening aan o.a. mensen met onbegrepen gedrag en een lichte verstandelijke beperking.

Jezus zelf probeerde ook diakonos, dienaar van mensen te zijn. Zoals Oosterhuis zo prachtig verwoord: ‘In Hem zou, voorgoed, aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat: weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.’ In die zin is een diaken een navolger van Christus van de eerste orde. De wereld van vandaag heeft mensen als Fokko heel hard nodig. Laat daarom Gods zegen op zijn werk rusten.


By on 22:01
uitnodiging wijding

Informatie voor de media

DIAKENWIJDING F.N. DE GRAAF OP 6 DECEMBER 2008 IN DEVENTER

Op zaterdag 6 december 2008, de feestdag van de Heilige Nicolaas, hoopt de heer Fokko Nicolaas de Graaf te worden gewijd tot permanent diaken van het aartsbisdom Utrecht voor het parochieverband Zuid West Salland.

De wijding zal plaatsvinden tijdens een plechtige viering van de Heilige Eucharistie in de Broederenkerk, parochiekerk van St. Lebuïnus, Broederenstraat 20. De plechtigheid begint om 10.30 uur. Hoofdcelebrant en bedienaar van de wijding is Mgr. Dr. W.J. Eijk, aartsbisschop van Utrecht. Concelebranten zijn leden van het pastoraal team van Zuid West Salland. De zang zal worden verzorgd door het koor St. Cecilia van de Broederenkerk.

Fokko de Graaf is parochiaan van de Broederenkerk en in het dagelijks leven werkzaam als groepsleider in de zorg voor Sterk Gedragsgestoorde Licht Verstandelijk Gehandicapte Volwassenen. Hij zal als diaken in zijn vrije tijd werkzaam zijn. Hij is gehuwd en vader van twee zonen.

Na de viering bestaat in de school De Windroos naast de kerk gelegenheid om de wijdeling geluk te wensen en elkaar te ontmoeten.

De kerk is gelegen in de binnenstad, dicht bij het station van trein en bus en van de parkeergarage Sijzenbaanplein. Naast en rond de kerk is parkeren verboden.

De wijdeling stelt prijs op een financiële bijdrage aan de Stichting Diba voor opvang van aidswezen in Kinshassa, Congo, www.stichtingdiba.nl.

Voor nadere inlichtingen zie: www.fokkodegraaf.web-log.nl.
Vanuit de kerk is aanspreekbaar:
De heer Dr. C.M. Hogenstijn
Noordenbergstraat 39
7411 NJ   DEVENTER
tel. 0570 – 616307 (huis)
mail: adres gaat hierbij.

november 4, 2008
By on 17:28
Verkondiging dinsdag 26 februari 2008

Verkondiging dinsdag 26 februari 2008

Ik was laatst in Deventer in de kerk en ik vroeg aan een persoon die ik niet kende hoe gaat het met U, hij keek mij aan of hij water zag branden. Dat had hij nooit verwacht, het was een vreemdeling in de Broederenkerk in Deventer. Hij werd nooit aangesproken en al zeker niet door iemand die vroeg hoe het met hem ging. De evangelielezing kan ik vandaag dus kort bij de deur houden, waar gaat het dan om. Wel Jezus komt na een lange stoffige tocht bij een put en vraagt een glas water aan een wild vreemde vrouw. Iets wat in die dagen natuurlijk onmogelijk is en dat is vandaag ook nog zo. Je krijgt vandaag de dag eerder te horen zoek het maar uit of pak zelf, hier is een vrouw die verwonderd is, ze staat perplex. Ze is een Samaritaanse, uitschot misschien wel een soort woonwagenbewoner. Ze is ook niet meer welkom in haar eigen wereld want ze haalt water op een vreemd tijdstip namelijk rond het middag uur en dan haalt niemand water het is dan te warm. Ze is alleen, terwijl het gebruikelijk is dat men gezamenlijk water haalt. Dan is ze ook nog vijf keer getrouwd geweest, nou dat halen de meesten van ons niet, gelukkig maar. Maar hier vind ze de ware Jacob, het namelijk ook nog eens Jacobsbron dus Jezus is de ware Jacob en hij vraagt aan haar een glas water. Ze begrijpt er helemaal niets van en gaat dan ook in verdediging Hoe kunt u dat aan mij vragen, U heeft niet eens een emmer dus u moet drinken uit mijn emmer. Nou dat kon helemaal niet. Jezus dringt aan en zegt wat U mij geeft geef ik terug als Levend water. Levend water, water dat ons gedoopt heeft, water dat ons maakt tot gelovigen. Levend water dat de dorst lest van ons allemaal, dorst naar gerechtigheid, naar gehoord en gezien worden. Ik noemde in de inleiding al dat wij tegenwoordig allemaal mensen zien met een flesje water in de hand, wij drinken veel water, water reinigt, van binnen en buiten en het is gezond, lest alleen niet de dorst naar gezien en gehoord worden want het is geen Levend Water, levend water is water dat is doordrenkt van de Heilige Geest. Het is water waarmee wij gedoopt zijn, hier is een flesje met doopwater, Levend Water. Door dit water zijn wij verbonden met elkaar.  Dit maakt dat wij ons leven kunnen veranderen, grenzen kunnen overschrijden. Ik merk in gesprekken met u dat wanneer ik de grens van mijzelf overschrijdt  er een bron van Leven open gaat. Dan blijkt dat wij zelf die diepe bron zijn, en dan moeten eerst onze trots laten varen. De ander wil gezien  en wil gehoord worden, want dat is toch waar wij met zijn allen naar verlangen, gehoord willen worden, ons verhaal willen en mogen vertellen. Zo ook de Samaritaanse vrouw in het evangelie van vandaag, zij werd gehoord en gezien door Jezus, hij gaf haar water uit zijn bron van Levend water. Want Hij is namelijk de bron, een bron waaruit niet alleen water geput wordt, maar ook de volle Geest van de Heer. En wie deze bron ontdekt heeft, zal ook in zichzelf de diepe bron van leven kunnen ervaren. Ik hoop dat wij  Levend water mogen zijn voor elkaar. Amen

maart 4, 2008
By on 17:14
Lezing

Lezing ter gelegenheid van de opening van het seizoen 07-08 van de Katholieke Bond voor Ouderen in Lettele en afscheid als stagiaire in Oost Deventer als onderdeel van de parochie Zuid West Salland.

Deventer 5 september 2007

In Gods Naam Doen,

Goedemiddag dames en heren, het is een eer en tegelijk een opgaaf om hier vanmiddag te mogen spreken, want waar heb ik het over en waarom. Daarnaast hoe lang moet het duren en hoe lang kan ik uw aandacht vasthouden, is het wel interessant genoeg. Niet onbelangrijk is het dat ik voor het eerst een lezing mag houden. In eerste instantie was ik van plan om een echt onderwerp bij de kop te pakken en deze helemaal voor u uit te smeren tot een dik belegde boterham, die op het eind niet te verteren is en waarvan u zich na afloop afvraagt wat werd er eigenlijk gezegd. Toen begon ik te zweten en duwde het werken aan deze spreekbeurt maar naar voren. Totdat ik dacht het is ook een afscheid en slot van mijn stageperiode in Lettele, dus ik geef u vandaag een inzicht in wat ik heb gedaan en waarom.

Maar voor ik begin wil ik met u dit gebed uit spreken

Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,

Laat uw koninkrijk komen

En uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel

Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.

Vergeef ons onze schulden,

Zoals ook wij hebben vergeven die ons iets schuldig was.

En breng ons niet in beproeving,

Maar red ons uit de greep van het kwaad.

Het onze vader zet ons telkens opnieuw op de weg van het werken aan gerechtigheid, barmhartigheid en verzoening. Daarmee wordt het Rijk van God werkelijkheid in onze wereld. Tot deze dienst is de Kerk geroepen. Tot deze dienst wordt elke christen geroepen.

Om hierover een verdieping aan te brengen zal ik de Sociale Encycliek van de Katholieke Kerk aanhalen, een onbekend en zeer belangrijk document en pas ook weer herschreven door onze vorige Paus en het document over diaconie In Gods Naam Doen. Mag ik vragen wie ooit de Sociale Encycliek Rerum Novarum of het vervolg Centesimus Annus heeft gelezen of erover heeft gehoord. U zult verbaasd staan over de inhoudt van beiden, maar om daarover te beginnen duurt te lang ik zal wat stukjes aanhalen. Ook zal ik de WMO als uitdaging laten zien en dat uw verleden nodig is om de mensen de buren, weer te leren kennen. U kent elkaar, ik heb begrepen in de gesprekken bij de introductie van het verhaal van je leven; soms al een leven lang. Wanneer je elkaar zo kent bestaat de neiging ook meer om elkaar in moeilijke tijden te helpen en te ondersteunen. Nu kan ik u een stuk vertellen uit de grote stad, ik woon rond de 20 jaar in Colmschate op het Oostrik. Een druk bevolkte wijk, veel doorstroom. Afgelopen zaterdagavond hadden wij een straat barbecue, voor het eerst dacht ik, ik ga er maar een keer heen.  Ik ben niet zo gek van barbecuen en ook nog al die mensen erbij. Ik zag er echt tegen op. Het gekke is dat ik een aantal van deze mensen dus niet kende, ook al woon ik daar al 20 jaar, zij kenden mij ook niet. Toch bleken er gemeenschappelijke kennissen te zijn, Er was nieuwsgierigheid naar elkaar en er was zelfs toenadering tot elkaar. Zodanig dat het feest erg lang duurde, er veel gezelligheid was, kinderen speelden met elkaar. Wij hebben zelfs de hoeveelheid scheidingen doorgenomen, en weet u: daar schrok ik van. Ik schrok van de hoeveelheid scheidingen, gemiddeld zo een 1 op 2 gezinnen was samengesteld en het gemak zoals men erover sprak, alsof een huwelijk niets meer voorstelt, alsof het een tijdelijk gebeuren is. En zo kom ik nu bij mijn opleiding en afscheid, want ik ben hier in december 2006 geïntroduceerd door pastor Brummelhuis, als leerling en stagiaire diaken. Ik ben afgelopen juni aangesteld als acoliet

voor het bisdom en nu ben ik afgelopen zaterdag begonnen met het laatste jaar van de opleiding die ik volgend jaar juli hoop af te sluiten. Dan volgt, wanneer de belanghebbenden dat goed vinden de wijding ongeveer in oktober 2008. Maar wat heb ik hier nu in die stageperiode in Lettele gedaan, om daar mee te beginnen wil ik u eerst mijn beweegredenen voor het diaconaat vertellen; ik kan daar kort over zijn, ik voel en zie veel onrecht in de maatschappij, ik zie eenzaamheid, ik zie mensen zonder houvast, ik zie mensen die zoeken en verdwalen. Daarnaast zie en voel ik een waarheid, een waarheid die verder gaat dan; het is zo. Het is het verlossingswerk van Jezus Christus, dat er uiteraard op gericht is de mensen te verlossen, dit omvat tegelijk het werk aan de tijdelijke orde. De zending van de Kerk is dus niet allen om mensen de boodschap van Jezus Christus en zijn genade te brengen, maar ook om de tijdelijke orde met evangelische gezindheid te bezielen en aan haar vooruitgang te helpen. Aldus het Vaticaans Concilie. Anders gezegd en wellicht wat kort door de bocht en daarom zeer duidelijk “Als de Kerk niet dient, dan dient deze tot niets”. Jezus, ging voor in het diaconale, het grote voorbeeld, Hij heeft het voorbeeld gegeven, ook vandaag in het evangelie. Wanneer ik onder andere deze teksten hoor, dan voel ik mij geroepen. Ik kan niet onbewogen blijven bij de aanblik van een medemens, die er ellendig aan toe is of ten gronde gaat aan zichzelf. Er gebeurt iets in mij waardoor de onverschilligheid wordt doorbroken. De ander verontrust mij. Nog voor ik het heb gewild, ben ik reeds geraakt, vloeien er tranen, dan heb ik de roep al gehoord. Of zoals Levinas, dat is een Joodse wijsgeer, dat zegt;”als de onmogelijke onverschilligheid;de onmogelijke onverschilligheid jegens de ellende en de misstappen van de naaste”. Dit zijn mijn drijfveren, maar wat heb ik nu het afgelopen half jaar gedaan in onder andere Lettele, ik heb hier pastores mogen assisteren, ik heb een paar keer de overweging mogen doen, ik heb nu drie keer een KBO middag bezocht en er ligt een verzoek en aanbod om het Verhaal van je Leven te doen. En ik ben bij de PCI, dat is de parochiële caritas instelling, geweest. Ik heb geprobeerd om bijvoorbeeld de Caritas en de KBO van het belang van de WMO ( wet maatschappelijke ondersteuning) te laten zien. Dat het niet alleen een nieuwe bezuinigingsmaatregel is maar tegelijk ook een uitdaging. De uitdaging zit ‘m erin dat wij weer meer met elkaar moeten doen. Ik schetste in het begin mijn verhaal en de straatbarbecue, hoe kom ik er in Gods Naam achter hoe het met de buren van drie huizen verderop gaat, of zij in scheiding liggen, of er iemand doodziek is, of mishandeld wordt, etc. Het is in onze maatschappij, die wij hebben gemaakt die vervallen is tot een individualistische maatschappij, waarin naastenzorg of burenplicht vervallen is tot een zeldzaamheid. Ik vind dat de Kerk daarin een plicht heeft, de Kerk heeft de plicht om Christus te navolgen en vandaar uit de  sociale leer heeft na te leven. In deze sociale leer, die teruggaat op het Rerum Novarum uit 1891 onder het pontificaat geschreven door en van Paus Leo XIII en door Paus Johannes Paulus II is herschreven, beantwoordt de Kerk vragen op sociaal, economisch gebied. Dat denken, gebaseerd op waarden als naastenliefde en rechtvaardigheid komt nu weer naar boven, is zogezegd weer actueel, let wel de eerste sociale encycliek was in 1890 ook al actueel. Het verlorene wordt teruggezocht. Bijvoorbeeld; in de Katholieke Sociale Leer staat de idee van eerbied voor menselijke waarden centraal. Die waardigheid moet gerespecteerd worden, omdat ieder mens geschapen is naar het evenbeeld van God. Mensen moeten hun talenten in vrijheid kunnen gebruiken en ontwikkelen ten goede. Dat houdt echter voor een ieder ook een verantwoordelijkheid in namelijk de vrijheid voor anderen te garanderen. Een ander centraal beginsel is dat de mens leeft in een gemeenschap. Dit geldt bijvoorbeeld voor het gezinsleven, maar ook voor de mens als werknemer, lid zijn van een wereldgemeenschap maar ook dichter bij huis, van je wijk, dorp. Hierbij dragen wij en onder andere u, de leden van de KBO verantwoordelijkheid voor het welzijn van de medemens. Wij respecteren zijn vrijheid en integriteit en leggen verantwoordelijkheid aan hem af. Bij het vormgeven van een rechtvaardige, goede samenleving kent de Kerk daarom een voorname rol toe aan de burgers en maatschappelijke organisaties zoals de KBO’s. Hier ligt dus een grote uitdaging voor de Kerk, en wie is de Kerk, dat zijn wij, en dus ook u. Uit deze centrale ideeën volgen de principes van solidariteit, rechtvaardigheid en rentmeesterschap. Hoewel de Sociale Leer geen politieke stellingname is, vormt ze een goede leidraad voor het maken van keuzes in sociaal-economische kwesties, waaronder de WMO. Ik noem drie voorbeelden

1)      Wie zich laat leiden door solidariteit vertaalt die bijvoorbeeld in een sociale houding, waarin hij de noden van de naasten inziet en zich erom bekommert. Dit versterkt de sociale samenhang tussen mensen en volkeren in het groot denken, in het klein denken wijkaanpak, zorg voor elkaar, signaleren van problemen en buren, familie etc. inschakelen. Inzet voor de geestelijke of financiële armoedebestrijding, caritas, of dak en thuislozen enzovoort.

2)    Rechtvaardigheid vertaalt zich in een houding waarin we ons eigen materieel bezit en belang niet boven alles stellen. Wij gunnen de ander ook zijn deel. Zoiets kan zich vertalen in evenredige verdeling van gelden. Hier komt de WMO weer om de hoek kijken, ieder heeft recht op hulp die hij nodig heeft, maar daar is sociale controle voor nodig, plus wat ik in mijn overweging van vanmiddag vertelde, het minder egoïstisch denken en leven.

3)    Bij rentmeesterschap gaat het om eerbied voor de schepping en daarmee om een duurzaam beheer van onze natuurlijke rijkdommen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de gemeenschap ernst moet maken met het afspreken van normen voor goede sociale werkomstandigheden en dat grotere winsten voor een steeds kleinere groep niet meer kunnen. Daarnaast zijn er steeds meer gezinnen die niet meer rond kunnen komen, hoe kunnen wij deze helpen, niet voedselbanken alleen maar ook bijstand in de vorm van bezoek of andere hulpvormen zoals microkrediet.

Even terzijde over de sociale encycliek en een bewogen pastoor is een film gemaakt, het gaat over Pastoor Daens een Belgische priester eind 1800 die in conflict komt met de kerk, staat en gegoede samenleving omdat hij het opneemt tegen de heersende kliek. Het geeft ook een mooi beeld van die tijd en hoe machtig de plaatselijke pastores waren in die tijd.

                                                                                                      

U hoort dat de WMO, gezien vanuit de Sociale Leer, een uitdaging is voor deze maatschappij. Wanneer wij op elkaar letten en dan bedoel ik niet ohoo wat doet die dat wil ik ook en roddel en achterklap, maar ik bedoel positieve sociale controle, en elkaar ook echt zien dan kan men ook een beroep doen op elkaar. De normen en waarden die u vroeger kenden, wellicht wat aangepast aan deze nieuwe tijden daarvan kunnen de jongeren nog heel veel leren. Ik kom dan nu ook weer terug bij mijzelf want hier ligt de sleutel tot mijn wil en roeping om diaken te zijn. Hoe men onverschillig kan zijn bij flits-scheidingen, het hele dagen werken, en de kinderen hele dagen naar de crèche. Zich in de schulden steken om op vakantie te kunnen of om die mooie auto te kunnen kopen. Door te druk met jezelf bezig te zijn verlies je het contact met elkaar en verlies je de interesse in elkaar en misschien erger nog dat men het contact met zichzelf verliezen. Ik heb het afgelopen jaar u hiervan laten meehoren in mijn verkondigingen.

Ik ben afgelopen jaar bij de voedselbank geweest, heb twee meisjes van 18 jaar ontmoet, alle twee al twee kinderen van twee verschillende vaders en geen geld vanwege torenhoge schulden. Ouders die hun niet meer willen kennen, zij stonden resten van suikerspek te eten alsof ze verhongerd waren. Zij aten het daar al op, want anders moest hun kind het hebben nu zag zij dat niet en kon zij het eten. Ik heb met open mond en verbijsterd naar hun verhaal geluisterd en u mag weten met tranen in mijn ogen. Twee mooie jonge vrouwen getekend voor het leven, met kinderen die niet weten wat een gezin is op het belangrijkste moment in hun leven namelijk hun jeugd. Dit heeft mij wel aan het dagdromen gezet, hoe dit te kunnen ondervangen. Tegelijk is het schrijnend om te bedenken dat in een welvaartsland dit kan en moet.

Paus Leo schrijft in een beroep doelend op de staat om overeenkomstig de rechtvaardigheid verbetering te brengen in de toestand van de armen, dan doet hij dat ook omdat hij terecht erkent dat de staat de taak heeft om te waken over het algemeen welzijn en om ervoor te zorgen dat iedere sector van het maatschappelijk leven bijdraagt tot bevordering ervan. (zin herhalen)Dat moet echter niet tot de gedachte leiden dat voor Paus Leo iedere oplossing van het sociale vraagstuk van de staat moet komen.

En hier komen wij met u als hulp, die de normen en waarden als burenplicht/ hulp, zorg voor de ander, van vroeger kennen. U bent namelijk de ervaringsdeskundige.

Mijn bezoek aan u was niet zomaar, ik had een leerdoel en dat was ouderen, hoe gaan ouderen om met geloof. Is er een pastor of pater die zich om hen bekommert of op een KBO middag komt. Ik hoorde van een enkeling dat zij het fijn vonden dat er weer eens iemand van de kerk kwam, men benoemde mij gelijk als de diaken op de brommer of pastor, niet om te preken maar om er te zijn. Wij noemen dat presentiepastoraat, of zoals Ronald Dashorst dat noemde de krenten in de pap, ik heb begrepen wat dat is, Ronald was jaloers want hij kwam hier niet aan toe. Ik heb op de middagen genoten van het gesprek, van de dia’s, van u. Ik heb mij welkom gevoeld, u was open ik voelde mij vrij om vragen te stellen. Ik herinner mij de middag over het verhaal van je leven, ik vond het bij tijd en wijle gênant om te vragen naar zaken, want ik was die vreemdeling.

Het mag gezegd worden dat u bijdraagt aan de herontdekking van de burenzorg door uw aanwezigheid en dat u dat uw kinderen in meer of mindere wijze hebt doorgegeven. Wij hebben u nodig, u bent de ervaringsdeskundige. Een oudere vriend van mij zei, na dat ik had geklaagd over mijn kinderen; houdt moed wat je er als goede in stopt komt er ook weer als goede uit. Hier troosten wij ons mee. Hopende dat onze kinderen het weer aan hun kinderen doorgeven. Dan volgen wij Christus na in het evangelie en zijn wij allemaal diaconaal bezig, zoals Paus Leo XIII dit bedoelde in zijn strijd tegen de armoede en verloedering.

Ik dank u voor uw aandacht en uw vertrouwen in het afgelopen half jaar.

                   

Dank u wel.

september 9, 2007
By on 13:14
roepingenzondag

Roepingenzondag 28 april 2007

Nicolaasparochie Lettele

Vandaag op de vooravond van de vierde zondag van Pasen, traditie getrouw de roepingenzondag, heb ik pater Boerkamp gevraagd of ik de overweging mocht doen. Zoals u ziet en hoort dat mocht. Ik zie deze overweging ook als opdracht voor de roepingenzondag en ik neem alvast een voorschot op mijn afscheid, tijdelijk of niet?

In het evangelie van vandaag wordt gesproken over Jezus de Goede Herder”zijn schapen luisteren naar zijn stem”. We zouden ons naar aanleiding hiervan de vraag kunnen stellen: wie zijn dat, die schapen? Blijkbaar zijn het niet de Joden. Vandaag horen wij immers in de eerste lezing hoe de Joden niet naar Paulus en Barnabas willen luisteren wanneer zij hun Jezus als de Messias verkondigen. Wie zijn die schapen die wel naar Jezus zijn stem luisteren? Zijn het de niet Joden, de heidenen? Zij luisteren wel naar de stem van Jezus, maar openen niet hun harten. Bij Jezus is het niet zozeer; wie niet wil luisteren moet maar voelen maar, wie niet wil luisteren, die moet het zelf maar weten. Jezus roept geen vuur uit de hemel af om hen te verdelgen, maar richt zich gewoon tot anderen, die wel naar hem willen luisteren, die zich wel in geloof voor Hem openen. Nogmaals vraag ik u wie zijn dan die schapen? Het zijn dus niet vanzelfsprekend de Joden of niet-Joden, de heidenen. Het gaat Jezus niet om ras, heiden, Jood, besneden, onbesneden, barbaar, onbeschaafde, slaaf of vrije mens, maar om Geloof dat redding brengt, het Geloof dat ons opent voor Jezus, en door Hem en met Hem en in Hem voor het eeuwig leven. Zoals Jezus vandaag zelf zegt; ik geef hun eeuwig leven. Kortom wij zijn de schapen, wij worden gevraagd onze ogen te openen, wij worden uitgenodigd om Hem na te volgen. Hem te zien als Goede Herder die ons voorgaat naar grazige weiden. Het wel bekende psalm 23. We worden vandaag ook uitgenodigd om te bidden, dat er ook nu nog mensen gevonden mogen worden, die Jezus willen navolgen, mensen die priester, diaken of ander werk in de Kerk willen doen. Zich geroepen voelen. Laten wij vooral niet vergeten ; roepingen tot  een sacramenteel huwelijk, als basis voor het gezin, de huiskerk, waarbinnen mensen van jongs af aan leren met en voor anderen te leven. Momenteel begeleiden mijn vrouw en ik drie aanstaande echtparen, jawel ook een aanstaand stel uit Lettele. De ontmoetingen die hier plaatsvinden zijn altijd weer bijzonder. Deze huwelijksvoorbereiding duurt drie avonden waarin aanstaande echtparen kennismaken met ander toekomstige echtparen, we praten over Geloof, over bidden, over je relatie met je partner en natuurlijk met God, het leven, wat je boeit en waar je tegen aan loopt.

Onze roeping is om dit te begeleiden en voor mij persoonlijk als diaken in opleiding en hopelijk straks in de zomer van 2008 als gewijd diaken de aanstaande paren een klein eindje te begeleiden in hun tocht naar wijsheid,geluk in het leven en Geloof. Hoe wordt je nu geroepen, dat is ingewikkeld en tegelijk ook makkelijk. In mijn stage kom ik wekelijks mensen tegen in Caritassen, KBO’s, voedselbank die geroepen zijn, niet gewijd en toch geroepen door Jezus om er te zijn als mens voor de andere mens. Wanneer ik hun vraag of ze geroepen zijn zullen ze mij aankijken en zeggen dat doen wij omdat er mensen zijn die ons nodig hebben of iemand moet het toch doen. Een gewijd leven gaat wat verder, je leven ten dienste van de Jezus en de Kerk stellen. Ik heb dat gedaan omdat ik werkelijk geloof in de kracht van de Goede Herder, ik kon geen nee zeggen toen ik werd geroepen. Het gebeurde gewoon, zes jaar geleden in de paasnacht.  Geef je verzet niet op, maar geef het een plek, waren de woorden die mij raakten. Bekijk het van de binnenkant, alleen dan kun je iets veranderen. Alleen dan kun je mensen vertellen hoe de blijde boodschap werkt. Als diaken sta ik in de maatschappij, heb gewoon een baan en een gezin. Ik ben ook in de Kerk, ik ben dus middelaar, ik breng hier wat buiten gebeurt, waar de misstanden zijn en probeer mensen met elkaar te verbinden. De andere kant is om dicht bij mensen te zijn, samen te bidden. De keren dat ik bij u was in deze kerk, was omdat ik stage liep en nog loop. Ik ben te gast geweest bij de KBO en dat pak ik in het najaar nog een paar keer op met Het verhaal van je Leven. Ik ben te gast geweest bij de PCI, ik heb daar de noden van een kleine gemeenschap even mogen proeven.  Ook heb ik hier diverse pastores mogen assisteren en heb daar ook veel van geleerd. Want voorgaan of assisteren in een viering voel ik ook als een roeping, er zijn te weinig priesters, diakens, pastoraal werkers, en soms voel ik echt God’s aanwezigheid en dan voel ik dat ik God’s werk doe en volg ik Jezus na, door mensen iets te overwegen mee te geven. Ik dank jullie dat ik bij jullie mocht leren, dat ik mee mocht naar de glazen kerk, mocht proeven in de keuken van Lettele. Wellicht dat ik nog een keer kan komen assisteren of gewoon als kerkganger of zit ik op het bankje bij de fontein. Ik nodig u dan uit om bij mij te komen zitten, misschien valt er iets te bomen of blijft het stil. In ieder geval blijf ik nog wel even betrokken bij Lettele, ik heb nog wat afspraken lopen. Ik zou willen eindigen met een gebed, dit gebed staat in het boekje 12 gebeden om roepingen.

Ik al het voor u bidden.

Amen

mei 5, 2007
By on 22:01
Laatste keer parochiaanvoorganger

Verkondiging

   

Epiphanie. Dat is de officiële benaming voor het feest van vandaag. Een titel die mooi aansluit bij de openingswoorden van de eerste lezing: ‘Laat het licht u beschijnen’. We hebben Kerstmis gevierd; het mysterie van God die in ons leven komt. Wat is eigenlijk Kerstmis? Met al de vieringen die achter ons liggen is het goed om daar nog even apart over na te denken.

Waarom is Jezus geboren? Je moet terug naar de eerste verhalen in de Bijbel. De mens leeft in harmonie met God. Dat is zijn bestaan. De aarde is een paradijs, het leven is volmaakt. Daar zit de kern, de mens leeft in harmonie met God. Wat is dat? Daar past slechts één woord bij: ‘Gehoorzaamheid’. Maar let op, dat is niet een soort robot-gedrag, het domweg opvolgen van instructies, maar innerlijk weten wat goed is met hart en verstand, en daarnaar handelen.
Maar wat gebeurt er vaak in onszelf. Dat wat niet mag of kan wordt juist aantrekkelijk. Hoe vaak zijn wijzelf niet dom, doen we dingen, kopen we dingen, zeggen we dingen, waarvan we soms op dat moment al weten: dit had ik niet moeten doen, niet moeten kopen, niet moeten zeggen. In ons diepste innerlijk weten we het, maar de invloeden van buiten zijn net zo sterk als het gefluister van een slang in je oor als in het hof van Eden.


Nu zijn er mensen die zeggen. Ja dat herken ik wel, ik voel wel eens iets, een spontane impuls, maar ik doe het niet omdat anderen vinden dat het niet kan. Maar nu, sinds kort, doe ik het wel. Ik doe nu wat er in mijn hart opkomt. Je ziet ze dan soms opbloeien, maar na een tijdje, worden het meer en meer egoïstische types, die alleen nog leven voor wat ze zelf voelen en denken en na een poosje hollen ze weer achter allerlei andere dingen aan. Eenheid tussen hart en verstand, vraagt ook een zuivering. Je verstand gaat weer luisteren naar je gevoel, maar je gevoel moet ook luisteren naar de wijsheid van het verstand. En als dat dan lukt, is dat is nog niet hetzelfde als luisteren naar God zoals we dat in Jezus zien.

Waarom is Jezus mens geworden? Omdat door die breuk in ons diepste innerlijk, wij de draad kwijt zijn. En als je die breuk geneest, ben je er nog niet. Je moet als het ware opnieuw leren lopen op Gods paden, je moet leren luisteren naar Gods woord, je moet leren zien wat God je laat zien, je moet Gods woorden leren spreken. Anders gezegd. Je moet leerling worden. En misschien is dat wel de grootste handicap van de moderne mens, dat we geen leerling meer willen zijn en te weinig leraren hebben.

Vandaag vieren we dat enkele vreemdelingen, ja zelfs in eerste instantie spionnen van Herodes op bezoek komen bij een klein kind. Alle tekenen die zij zien, wijzen erop dat in dit kind waar wordt wat heel de mensheid nodig heeft. In dit kind wordt de eenheid tussen God en de mens hersteld. Niet omdat Jezus zo’n gave mens is, dat is Hij wel, maar omdat Hij God Zelf is, die Mens geworden is, Het Woord is vlees geworden. Deze wijzen aanbidden God, knielen voor God neer, bieden God geschenken aan in dit Kind.

Kortom, Jezus is het Licht in ons Leven dat ons de weg wijst, zoals eens het Licht van de ster van Bethlehem de magiers de weg wezen


Dit kind dat Jezus heet, heeft zich geopenbaard als dienaar en leraar en zal de mens en mij als voorbeeld zijn. Ik hoop en bid dat ik hem mag volgen en dienen als leerling, dienaar, diaken.

Nu ben ik hier vandaag niet alleen om te verkondigen, ik ben er ook  om toe te lichten waar ik mee bezig ben. U hebt mij hier weinig gezien de laatste weken, en dat heeft een reden, zoals de meeste van u weten ben ik leerling van de opleiding tot diaken en stilletjes ben ik in het derde jaar van deze vierjarige opleiding gekomen en tot lector aangesteld en dat betekent stagiaire zijn. Stagelopen in de parochie met een diaconaal accent voor ongeveer 7 uren per week, deze stage mag niet gelopen worden in de eigen parochie. De stageplek heb ik gevonden in Deventer Oost; Lettele, Schalkhaar en Colmschate. Vanaf 1 december jl. assisteer ik  daar de pastores in de eucharistie vieringen om de liturgie te leren kennen omdat dit een van de plekken van de diaken is. Een andere taak is de diaconie vanuit de parochie dus: KBO, caritas, KeSa groepen, vluchtelingen. De vragen die hierbij spelen zijn: wat doet de parochie voor de mens in nood  en hoe betrek ik de mens bij de Kerk. Mijn stage zal zich vooral richten op KBO en Caritas groepen en op een later moment zal ik eventueel een diaconaal project opstarten.

In het vierde jaar zal ik een diaconale stage doen, deze is vooral gericht op het dienende karakter van de diaken, zoals Jezus dienaar was. Mijn voorkeur gaat uit naar aanwezig te zijn bij de mens, mensen bij te staan bij het eind van hun leven.

Vanuit de opleiding is het gewenst dat ik tijdelijk afstand neem van de eigen parochie om mij volledig te kunnen richten op mijn stage, naast mijn gezin en werk. Vandaag neem ik dus afscheid van het parochiaanvoorganger zijn en alles wat daarbij hoort.

Als het goed is kom ik ook nooit meer als zodanig terug, maar hopelijk in de toekomst wel als diaken.

Ik dank u er voor dat ik voor u parochiaanvoorganger mocht zijn, ik dank u voor het luisterend oor. Ik heb het als een voorrecht beschouwd om op deze plek het Woord van God te mogen verkondigen en dit Woord uit te leggen naar mijn inzichten.

Ik dank u voor uw vertrouwen dat u in mij hebt gesteld.

Ik bedank Paul en Hetty voor de soms moeilijke samenwerking, ik ben niet de meest gemakkelijke, maar het leverde altijd weer inspiratie op om verder te gaan.

In de volgende PM stel ik mijzelf voor aan de mensen die mij niet kennen, u kunt daarin het weblog adres vinden waarop ervaringen maar ook een aantal verkondigingen van mij staan, mocht u daarin geïnteresseerd zijn.

Amen


februari 23, 2007
By on 12:34